Publicaties en Beeld

ICT is een betrouwbare en accurate bron van informatie over Tibet.

Home  >  Publicaties & Beeld  >  Kernthema's  >  Religieuze onderdrukking in Tibet  
   

Religieuze onderdrukking in Tibet

INTERNATIONAL CAMPAIGN FOR TIBET
www.savetibet.nl

De implementatie door de Chinese regering van het staatsbeleid betreffende religie gaat bijzonder hardhandig in Tibet. Het Tibetaans boeddhisme is een integraal element van de Tibetaanse identiteit en het Tibetaanse nationalisme, en wordt daarom gezien als een potentiële bedreiging voor de eenheid van de Volksrepubliek China (VRC) en het gezag van de Communistische Partij, die eist dat inwoners van de Volksrepubliek 'het land lief hebben' boven alles.

De Chinese regering probeert aan de wereld een beeld over te brengen dat de regering tolerant staat ten opzichte van religie. In Tibet kan het lijken dat sommige monastieke instellingen voorspoedig groeien en dat Tibetanen in de gelegenheid zijn om hun devotie tot uiting te brengen door middel van traditionele rituelen, maar de realiteit achter deze schijn is heel anders. Kloosters die ooit duizenden monniken huisvestten, zijn nu gereduceerd tot een paar honderd monniken, van wie de belangrijkste verantwoordelijkheid niet langer religieuze studie is, maar het zorgen voor de gebouwen en de toeristen.

Sinds maart 2008 hebben de Chinese regering en de Communistische Partij juist beleid en maatregelen aangescherpt die wrok en wanhoop creëerden. Die hebben geleid tot protesten door heel Tibet en de transformatie van het politieke landschap. Als gevolg van beleid en campagnes van de regering en de Chinese Communistische Partij (CCP) om Tibetanen 'op te voeden’ over hun verplichtingen om zich te schikken naar de eisen van hogerhand, die schadelijk zijn voor hun culturele identiteit en erfgoed, is de omvang van de onderdrukking van Tibetanen voor wat betreft hun vrijheid van meningsuiting, godsdienst, vergadering en vereniging nog verder toegenomen.

ICT heeft deze trend van verscherpte controle over de religieuze uitoefening en studie in Tibet als volgt gedocumenteerd:
•    Verontrustende precedenten in de beperkingen in de religieuze beoefening in de Tibetaanse Autonome Regio (TAR);
•    Een intensivering van de "patriottische opvoedings"-campagne in religieuze instellingen, evenals in de gewone samenleving, met name sinds maart 2008;
•    Een commitment van de regering van de Volksrepubliek China om de bevoegdheden van de controle mechanismen van de CCP in religieuze instellingen te versterken;
•    Een hernieuwde vastberadenheid van de Chinese autoriteiten om hardhandig op te treden tegen de invloed van de Dalai Lama in Tibet;
•    De ernstige ondermijning van de traditionele systemen van het kloosteronderwijs;
•    Toe-eigening door de atheïstische Chinese overheid van de bevoegdheid om religieus onderricht te geven en de identificatie van gereïncarneerde lama's;
•    Marteling en opsluiting van monniken en nonnen die weigeren de Dalai Lama af te zweren, een afwijkende mening hebben of op andere vreedzame wijze hun standpunten naar voren brengen.

Gedun Choekyi Nyima, erkend door de Dalai Lama als de 11e reïncarnatie van de Panchen Lama, werd op 25 april 2011 22 jaar. Zijn verblijfplaats en welzijn blijven sinds hij in 1995 verdween onbekend. De verdwijning van de Panchen Lama, erkend als een van de belangrijkste religieuze leiders van Tibet, en de installatie van een alternatieve kandidaat door Peking, is voor veel Tibetanen een symbool geworden van de crisis waarin het overleven van hun religieuze cultuur in Tibet zich vandaag de dag bevindt.

De nieuwe beperkingen op de vaststelling en de controle van gereïncarneerde lama's (tulku's) weerspiegelen een poging om om te gaan met het falen van de Partij om zich te verzekeren van de loyaliteit van de belangrijkste religieuze leiders. Voorbeelden van deze religieuze leiders zijn de 17e Karmapa, die in 2000 in ballingschap ontsnapte na Peking’s pogingen om hem klaar te stomen als 'patriottisch' figuur, en Arjia Rinpoche, de toenmalige abt van een van de belangrijkste Gelugpa-kloosters in het oosten van Tibet, die in 2000 uitweek nadat Peking zijn goedkeuring zocht voor de kandidaat voor Panchen Lama van de Chinese autoriteiten, Gyaltsen Norbu. Beide religieuze leiders hebben bij aankomst in ballingschap krachtige uitspraken gedaan over het gebrek aan religieuze vrijheden in Tibet.

De CCP, die het atheïsme aanmoedigt, eist van haar burgers "Liefde voor vaderland, liefde voor religie", met andere woorden, om het gezag van de partij boven alles te eerbiedigen, boven alle zogenaamde concurrerende loyaliteiten. De TAR partijsecretaris Zhang Qingli heeft zelfs verklaard dat de CCP de "echte Boeddha" voor Tibetanen is (Xinhuanet, 2 maart 2007). Politieke loyaliteit is een officiële voorwaarde voor registratie bij de monastieke instellingen en om door de staat aangemerkt te worden als een 'religieus persoon.' Dit is een omkering van de prioriteiten van een praktiserende Boeddhisten, wier focus in eerste plaats natuurlijk hun spirituele pad of religie is.

Het verkrijgen van een volledig religieuze opvoeding in Tibet blijft tegenwoordig moeilijk of onmogelijk, vooral in Centraal-Tibet. Officieel steunt Peking de herleving van de traditionele Geshe-graad, het hoogste niveau van geleerdheid in de Gelugpa-school van het Tibetaans boeddhisme (die meestal 20 jaar intense studie vereist). In de praktijk heeft Peking maatregelen genomen om zowel de status van de graad en de toegang tot leermeeesters, als ook het verloop van de studie te ondermijnen. Dit omvat nu onderwijs in de marxistische theorie en het beleid van de CCP.

Als onderdeel van de aanscherping van de controle en regulering van de religieuze beoefeing zijn de "patriottische heropvoedings"-campagnes in Tibetaanse kloosters, nonnenkloosters en de samenleving in het algemeen opgevoerd, met name sinds de golf van protesten die Tibet vanaf maart 2008 overspoeld heeft. (Voor een volledig verslag van de protesten, zie ICT-rapport, “A Great Mountain Burned by Fire: China’s Crackdown in Tibet [1])

Patriottische heropvoedingscampagnes worden door de CCP bij voorkeur gebruikt als een middel om door overreding, intimidatie en dwang verdere nationalistische protesten in Tibet te voorkomen. In aanvulling op de "Liefde voor vaderland, liefde voor religie"-campagnes, die de afgelopen jaren in kloosters worden uitgevoerd, richt de huidige campagne zich op de gewone mensen, vooral schoolkinderen. Het beoogt het gebruik van 'estafette teams' en werving van burgerwachten in lokale gemeenschappen met een volledige dekking op plaatselijk niveau. Monniken en nonnen die zich verzetten tegen patriottisch onderwijs worden gemarteld en gevangengezet. (Zie ICT-rapport [2]).

De bevoegdheden van de Democratische Management Committees (DMC), die al lang de traditionele rol van de abten en gereïncarneerde lama's in het beheer van kloosters, nonnenkloosters en tempels hebben verdrongen en die verantwoordelijk zijn aan de Partij voor het toezicht op religieuze instellingen, zijn versterkt.

De beklemmende sfeer is onderstreept door Zhang Qingli, partijsecretaris van de TAR, die zijn voornemen heeft aangekondigd om de strenge politieke controle over de beoefening van het boeddhisme te intensiveren. Onder gebruik van agressieve retoriek tegen de Dalai Lama

die doet denken aan het jargon van de Culturele Revolutie, heeft Zhang Qingli verwezen naar een ‘strijd op leven en dood’ tegen de Dalai Lama en zijn ‘kliek'. Hij beschreef de Tibetaanse religieuze leider als de ‘grootste hinderpaal voor het Tibetaans boeddhisme om een normale situatie te bereiken.’

Links:
[1]   A Great Mountain Burned by Fire: China’s Crackdown in Tibet
[2]   Determination to resist repression continues in ‘combat-ready’ Chamdo, frontline of ‘patriotic education’


DONEER AAN ICT!