Publicaties en Beeld

ICT is een betrouwbare en accurate bron van informatie over Tibet.

Home  >  Publicaties & Beeld  >  Kernthema's  >  Ontwikkeling van de spoorwegen in Tibet  
   

Ontwikkeling van de spoorwegen in Tibet

INTERNATIONAL CAMPAIGN FOR TIBET
www.savetibet.nl


De spoorweg is niet inherent slecht. In feite, als de Tibetanen degenen zouden zijn, die de beslissingen zouden kunnen maken over hoe de spoorweg wel en niet gebruikt zou worden, zou dit een goede zaak kunnen zijn. Maar Tibetanen zijn machteloos om invloed uit te oefenen op het economische, politieke en demografische beleid van de Chinese overheid in Tibet, en de spoorlijn is daar bij uitstek een voorbeeld van.

- Een in het Westen wonende Tibetaan, die de spoorweg in 2006 bezocht, zoals geciteerd in ICT-rapport, "Tracking the Steel Dragon," beschikbaar op [1].

's Werelds hoogste spoorlijn op het Tibetaans plateau van Golmud in Qinghai naar Lhasa (voltooid in juli 2006) en de toekomstige lijn van Chengdu in Sichuan naar Lhasa, zijn de meest in het oog springende symbolen van de ambitieuze plannen van Peking om de westelijke regio's van de Volksrepubliek China (PRC) te ontwikkelen. Als een onmisbaar element in Peking’s ‘transport revolutie’ is het doel van deze aanleg om de invloed en de controle van de Chinese Communistische Partij (CCP) uit te breiden, die dit als cruciaal beschouwt voor het consolideren van een succesvolle opkomst van China in de 21e eeuw. Terwijl Chinese functionarissen beweren dat de bouw van de spoorwegen en de bijbehorende ontwikkeling in Tibet ten goede zal komen aan Tibetanen, heeft het ontbreken van betrokkenheid van de belanghebbenden in de planning en uitvoering van de spoorlijnen bewezen dat de realiteit van de situatie in strijd is met deze bewering.

De voltooide Qinghai-Tibet spoorlijn heeft een dramatische impact op het leven van Tibetanen en op het land zelf. De bouw van de Sichuan-Tibet spoorlijn, die naar verwachting in 2020 wordt afgerond, heeft waarschijnlijk vergelijkbare effecten voor Tibetanen, namelijk een verdere versnelling van de toestroom van Chinezen naar het plateau, het vergroten van de economische marginalisatie van de Tibetanen, en de bedreiging van het fragiele hooggebergte milieu van Tibet. (Zie CECC Special Topic Papier: Tibet 2008 - 2009)

De belangrijkste gevolgen van de spoorwegen voor Tibet kunnen alleen worden begrepen in de context van de ambitieuze en alles veranderende ‘Xibu Da Kaifa’-campagne van de CCP, de strategie om de westelijke regio’s van de Volksrepubliek China te ontwikkelen. In het Engels wordt de Chinese term ‘kaifa’ in deze context vaak weergegeven als ‘ontwikkeling’, standaard woordenboeken omschrijven ‘kaifa’ echter als ‘ontwikkelen’, ‘openen’ en ‘benutten’, “wat weergeeft hoe de partij de westelijke gebieden van de PRC ziet - voornamelijk als leverancier van middelen om de ontwikkeling in de centrale en oostelijke gebieden te bevorderen. De leiders van China hopen dat de hulpbronnen van de westelijke regio van de Volksrepubliek China kunnen helpen om aan de stijgende vraag naar water, mineralen en energie van het land te voldoen. De spoorwegen voorzien in de infrastructuur om de toegenomen exploitatie van natuurlijke hulpbronnen van Tibet door de Chinese staat en Chinese bedrijven te vergemakkelijken - die berust op de absolute claim van de staat over het bezit van de Tibetaanse gebieden. Artikel Negen van de Grondwet van de Volksrepubliek China dicteert dat elke gedolven klomp goud, elk brok steenkool en elke boom in de bossen van Tibet toebehoort aan de staat.

Terwijl de spoorwegen de winning van natuurlijke hulpbronnen van Tibet vergemakkelijken, maken ze ook de sterk toegenomen bevolkingsmigraties naar Tibet mogelijk. Chinese burgers komen in toenemende aantallen Tibet binnen, volgens de officiële statistieken heeft de Qinghai-Tibet spoorlijn “1,5 miljoen passagiers naar Tibet” vervoerd in het eerste jaar na in gebruik neming, en de autoriteiten hebben tegen de gewoonte in toegegeven dat het merendeel van deze passagiers arbeidsmigranten of zakenmensen waren in plaats van toeristen. Veel Tibetanen beschrijven deze toevloed van Chinezen als een “tweede invasie van Tibet”, een gebeurtenis die mogelijk zelfs bij Tibetanen het “gevoel van een eigen identiteit” heeft aangewakkerd en de wens om assimilatie tegen te gaan heeft gevoed. Bovendien hebben de Chinezen, in een stap van geopolitieke betekenis die zowel Indiase en wereldleiders verontrust, de inzet van offensieve gemechaniseerde strijdkrachten in de Tibetaanse regio’s vergroot, waarmee ze Chinese invloed projecteren op gevoelige en omstreden grensgebieden.

De sinificatie van Tibet, een geleidelijke afzwakking van de Tibetaanse cultuur als gevolg van de toevloed van Chinese migranten, heeft bijgedragen aan de verdere economische marginalisering van Tibetanen, die niet kunnen concurreren op de Chinese arbeidsmarkt. Overheidsfinanciën die naar Tibet worden gesluisd, zijn nog steeds gericht op de stedelijke gebieden waar Tibetanen het moeilijk hebben om te concurreren met Chinese migranten. De kansen, die gecreëerd worden, komen grotendeels ten goede aan werknemers en ondernemers met Chinese spreekvaardigheid, Chinese werkcultuur en connecties met de overheid of zakelijke netwerken in China. Voor de meerderheid van Tibetanen, die niet vloeiend Chinees spreken - volgens sommige schattingen is dat maar liefst 80% van de Tibetanen - blijven er weinig mogelijkheden voor een succesvolle deelname aan de door Chinezen gedomineerde economie.

De komst van migranten en toeristen naar Tibet reikt ver voorbij de sociale en economische impact, aangezien de spoorwegen en hun passagiers ook het delicate Tibetaanse milieu belasten en het fragiele evenwicht op het plateau verstoren. Oliebronnen, zoutwinning en raketbasissen domineren reeds de eerste helft van de belangrijkste spoorlijn naar Tibet, en langs het Golmud-Lhasa deel van de lijn, dat in 2006 is afgerond, kan men nu al de belasting voor het milieu beginnen te zien. Graslanden veranderen in woestijnen, mijnbouwprojecten lozen giftige chemicaliën in de waterbronnen van het Tibetaanse volk en vee, en de gevolgen voor verschillende species van het Tibetaanse wildleven, waarvan de graasgebieden doorsneden zijn door de spoorlijn, moeten nog worden afgewacht. Milieukwesties lijken ondergeschikt te blijven aan de succesvolle afronding van de belangrijkste projecten van de Western Development Strategy, waarvan het merendeel zich bezighoudt met grootschalige infrastructuur projecten en exploitatie van hulpbronnen.

Sinds het begin van de Western Development Strategy in 1999-2000, is de Chinese regering bezig geweest met de uitvoering van het huisvestingsbeleid, de inbeslagname van land, en de afrastering van weidegebieden, die voornamelijk door Tibetanen bewoond worden. Daardoor worden hun traditionele middelen van bestaan drastisch ingeperkt en wordt de unieke Tibetaanse identiteit ondermijnd. In sommige gevallen beweren de autoriteiten dat ze mensen van hun land verwijderen om het milieu te beschermen of om hun manier van leven te verbeteren, maar de belangrijkste gebieden waar nomaden geherhuisvest zijn, vallen echter samen met de afgelegen graslanden waar de Qinghai-Tibet spoorlijn door loopt op weg naar Lhasa. Er is toenemende bezorgdheid dat het opleggen van Chinese stedelijke en industriële modellen op een van de laatste voorbeelden van duurzame veeteelt in toenemende mate leidt tot groeiende armoede en bijdraagt aan de degradatie van het grasland. (Zie de ICT briefing paper “Herhuisvesting van Nomaden in Tibet” voor meer informatie.)

ICT doet de volgende aanbevelingen om de gevolgen van China's spoorwegen in Tibet te verminderen:

De Volksrepubliek China moet wet- en regelgeving aannemen of handhaven, die de uitoefening van echte autonomie mogelijk maakt, zodat Tibetanen de rechten en middelen hebben om te participeren in de besluitvorming over de ontwikkeling van Tibet;
De Volksrepubliek China dient de aanbevelingen van de VN-commissie voor Economische, Sociale en Culturele Rechten en andere mensenrechten verdragsrechtelijke verplichtingen na te leven, teneinde te zorgen dat zij de grootst mogelijke rechtszekerheid verschaft aan de bewoners wat betreft hun huizen en land;
 Ontwikkelaars van buitenaf moeten lokale Tibetanen in een vroeg stadium betrekken, zodat de lokale gemeenschappen alternatieven, gevolgen en uitwerkingen op lange termijn kunnen vernemen en overwegen; en
 De VN-Mensenrechtenraad en het VN-Comité inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten moeten vragen aan de orde stellen over de sociale uitsluiting en marginalisering van de Tibetanen als gevolg van het economische beleid van China en de komst van het spoorwegsysteem.

Voor meer volledige informatie over de verstrekkende gevolgen van de spoorwegen van China de ontwikkeling van Tibet, zie het uitgebreid verslag van ICT “Tracking the Steel Dragon: How China’s Economic Policies and the Railway are Transforming Tibet. (Een volledige pdf-versie is online beschikbaar onder [1]).

Links:
[1]   Tracking the Steel Dragon 

DONEER AAN ICT!