Publicaties en Beeld

ICT is een betrouwbare en accurate bron van informatie over Tibet.

Home  >  Publicaties & Beeld  >  Kernthema's  >  Chinese Overheersing in Tibet  
   

Chinese Overheersing in Tibet

INTERNATIONAL CAMPAIGN FOR TIBET
www.savetibet.nl

Eeuwen lang bleef Tibet - een uitgestrekt en hooggelegen plateau tussen China en India met een wijd verspreide bevolking van nomaden, boeren, monniken en handelaren - afgezonderd van de rest van de wereld. Na de oprichting van de Chinese Communistische staat, viel het Volksbevrijdingsleger in 1949 Tibet binnen en overmeesterde al snel het slecht uitgeruste leger en het guerrilla-verzet. In maart 1959 kwamen de Tibetanen in opstand tegen de Chinese bezetters. De opstand werd neergeslagen en de Dalai Lama vluchtte naar India, gevolgd door ongeveer 80.000 Tibetanen. Tienduizenden van de achtergebleven Tibetanen werden gedood of gevangen genomen. Sinds 1949 zijn er honderdduizenden Tibetanen omgekomen als direct gevolg van het Chinese beleid. In 1959, 1961 en 1965 (voordat de Volksrepubliek China lid was van de Verenigde Naties) nam de Algemene Vergadering resoluties aan, waarin zij de schendingen van de mensenrechten in Tibet veroordeelde en het recht op zelfbeschikking van Tibetanen bevestigde.

China beweert de theocratie, het feodalisme en de slavernij in Tibet te hebben uitgeroeid. Maar er was geen sprake van systematische slavernij in de traditionele Tibetaanse samenleving en het is ook onjuist om het oude Tibet te karakteriseren als feodaal. Er was een systeem van arbeids- en landbeheer in centraal Tibet, die analisten hebben vergeleken met het hofstelsel van lijfeigenschap, in zoverre dat boeren erfelijk waren gebonden aan het land dat in handen was van edelen en kloosters aan wie zij verschillende vormen van diensten verschuldigd waren. De oostelijke Tibetaanse weidegronden echter werden grotendeels bestuurd door tribaal bestuur. De hedendaagse terminologie van de Chinese Communistische Partij (CCP) wat betreft feodalisme, theocratie en slavernij put uit marxistische theorieën over etniciteit, die door Stalin in de jaren 1930 werden uitgewerkt en vervolgens later door de CCP aan China werden aangepast. Tot frustratie van vele Tibetaanse en Chinese geleerden in China worden publieke presentaties over Tibet binnen China nog steeds ernstig beperkt door deze officiële ideologie. (Zie: 'Authenticating Tibet: Answers to China's 100 Questions', uitgegeven door Anne-Marie Blondeau en Katia Buffetrille, University of California Press, 2008.)

Het Tibetaans boeddhisme is een integraal onderdeel van de Tibetaanse nationale identiteit, en als gevolg daarvan is het een belangrijk doelwit voor onderdrukking door de Chinese overheid. Ongeveer 6000 religieuze instellingen en hun bezittingen werden vernietigd in de periode van de Chinese invasie tot en met de Culturele Revolutie. Top op de dag van vandaag blijft de CCP proberen om de rol van de Dalai Lama in Tibet te ondermijnen en blijft zij een strenge controle uitoefenen over de meeste aspecten van de religie. Politieke campagnes en "patriottische heropvoeding" bijvoorbeeld eisen het afzweren van de Dalai Lama, en het blijft zeer moeilijk of is zelfs onmogelijk om een goede religieuze opleiding te krijgen in Tibet. (Zie ICT rapport: “The Communist Party as Living Buddha” [1])

De Chinese overheid beperkt de rechten van de Tibetanen in ernstige mate, waaronder de vrijheid van meningsuiting, pers, vereniging en godsdienst. Tibetaanse politieke gevangenen hebben in de gevangenis zware omstandigheden en marteling te verduren. Er is sprake van voortdurende onderdrukking door veiligheidsdiensten als gevolg van de honderden demonstraties, die sinds het voorjaar van 2008 over het hele Tibetaanse plateau plaatsvonden. (Zie de ICT rapport: 'A Great Mountain Burned by Fire").

De Chinese centrale overheid is bezig Tibet om te vormen door middel van haar Western Development Strategy, die zij in 1999 heeft gelanceerd om de economische ontwikkeling op het hele plateau te versnellen. Een opvallend kenmerk van het plan is het scheiden van de Tibetaanse nomaden van hun traditionele middelen van bestaan en het herhuisvestigen in de stedelijke centra. Dit valt samen met de komst van Chinese economische migranten naar het Tibetaanse plateau, wat wordt vergemakkelijkt door de aanleg van een nieuwe spoorlijn, die het Chinese binnenland met centraal Tibet verbindt. Velen noemen dit besluit tot deze sociale constructie de “tweede invasie van Tibet”. Het officiële, in interne planningsvergaderingen vastgelegde Chinese beleid, probeert de centrale controle te versterken door de assimilatie van Tibet in de ‘verenigde’ Chinese staat te bevorderen. De Chinese overheid heeft gekozen voor een ontwikkelingsmodel voor Tibet dat de kloof tussen Chinezen en Tibetanen vergroot in plaats van verkleind en loopt daarmee het risico haar doelstelling voor een stabiel Tibet binnen de Volksrepubliek China te ondermijnen. (Zie ICT rapport: "Tracking the Steel Dragon" [2])

Links:
[1]   The Communist Party as Living Buddha
[2]   Tracking the Steel Dragon




DONEER AAN ICT!